Draai de koersen om
Dag
Week
Maand
Kwartaal
1 jaar
2 jaar
Deel deze koers
Laatste koers Laatste notering
Verschil Verschil %
Hoogste Dagkoers Laagste Dagkoers
Hoogste Jaarkoers Laagste Jaarkoers

Wisselkoers Britse pond

Het pond sterling, ook bekend als de Britse pond of simpel pond, is de officiële munteenheid van het Verenigd Koninkrijk. De Britse pond is de oudste valuta die nog steeds in gebruik is.

Vlag van Groot Britannie
Pond sterling
Land
Verenigd Koninkrijk
ISO 4127-code
GBP
Valutateken
£

Inhoud

De geschiedenis van de pond

Voor de oorsprong van de pond sterling moeten we meer als 1200 jaar terug in de tijd, naar de tijd dat Offa koning van was van Mercia, het Angelsaksische koninkrijk in Engeland (757 – 796). Hij voerde een kleine, dikke zilveren munt in als ruilmiddel wat uiteindelijk bekend werd als de zilveren penny. Deze munt sloot aan op het nieuwe systeem van het Frankische Rijk van Charlemange, aangezien de waarde van de munten toentertijd nog bepaald werd met gewichten, maar een algemeen gebruikt stelsel als het metriek stelsel bestond nog niet. Dit zorgde ervoor dat er diverse gewichtseenheden werden gebruikt die ver van elkaar af lagen, waardoor de waarde van deze munten moeilijk te schatten was.

In de honderden jaren die hierop volgden werd regelmatig aanpassingen gemaakt in de materialen waarvan de munt gemaakt werd. Zo besloot koning Henry II in 1158 dat de munt moest worden gemaakt van 92,5% zilver in plaats van voorheen het meest pure zilver dat beschikbaar was. Later in 1344, werden er zelf gouden munten geslagen en gebruikt. Daarnaast werden er ook regelmatig aanpassingen gemaakt in het gewicht en grootte van de munt.

In 1694 werd de Bank van Engeland opgericht en begon het drukken van papieren geldbiljetten. In 1707 kwamen England en Schotland bijeen en werden ze Groot-Brittannië, waarbij Schotland de Engelse valuta overnam. Daarna, in 1801, ging Ierland ook meedoen met Groot-Brittannië en nam in 1826 ook de Britse valuta over. Echter, in 1928 nam Ierland weer de Ierse pond terug nadat ze onafhankelijk waren geworden van Groot-Brittannië.

Voor de Eerste Wereldoorlog had het Verenigd Koninkrijk één van de sterkste economieën in de wereld, met 40% van alle buitenlandse investeringen in de wereld. Echter had de oorlog grote negatieve gevolgen voor de economie. Het land kwam £850 miljoen in de schulden en moest ongeveer 40% van alle overheidsinkomen besteden aan betalen van de rente over deze leningen. Als het allemaal niet nog erger kon, kwam de crisis van de jaren 1930 nog om de hoek.

De Britse pond zag rond 1975 nog zijn grootste problemen. Het Verenigd Koninkrijk had nog last van de oliecrisis van 1973 en de inflatie steeg tot 27% in 1975. Veel buitenlandse investeerders waren van plan om van de pond sterling over te stappen aangezien die waarschijnlijk overgewaardeerd was. De handelspartners van de Britten zagen hier uiteraard een loerend probleem. Daarom zette de Verenigde Staten druk uit op het IMF om in te grijpen. Uiteindelijk kreeg het Verenigd Koninkrijk een lening, maar moest wel hevig gaan bezuinigen.

Waarom gebruikt het Verenigd Koninkrijk niet de euro?

Uiteraard is er in het Verenigd Koninkrijk nagedacht over het adopteren van de euro in plaats van hun eigen Britse pond, maar uiteindelijk is het er nooit van gekomen. Daarnaast lijkt het erop dat het nooit meer gaat gebeuren, aangezien het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie dit uitgesloten lijkt te hebben. In 1997 stelde Gordon Brown vijf testvragen op waarop gebaseerd kan worden of de euro, puur economisch gezien, een goede optie is voor het Verenigd Koninkrijk. De vijf vragen waren:

  1. Zijn de Britse conjunctuur en economische structuren verenigbaar met de rentepercentages van de euro?
  2. Als er problemen ontstaan, is er dan genoeg flexibiliteit om deze op te lossen?
  3. Zorgt de euro voor meer lange termijn investeringen in het Verenigd Koninkrijk?
  4. Wat is de impact van het aannemen van de euro op de Britse financiële sector?
  5. Zorgt de aanname van euro voor meer groei, stabiliteit en werkgelegenheid?

In 1997 had het Britse ministerie voor Financiën voor de eerste keer de antwoorden op deze vragen onderzocht. Toen werd vastgesteld dat er te weinig flexibiliteit was en de Britse economie te ver af lag van de Eurozone (vragen 1 en 2). 6 jaar later, in 2003, werd er opnieuw een antwoord geformuleerd op de vragen in een 250 pagina’s tellend rapport. Uiteindelijk bracht dit dezelfde conclusie met zich mee, met de volgende antwoorden op de vragen:

  1. De Britse economie had teveel structurele verschillen van de economie in de Eurzone
  2. De flexibiliteit van het Verenigd Koninkrijk was niet groot genoeg om problemen op te vangen.
  3. De euro zou wel zorgen voor meer investeringen in het Verenigd Koninkrijk, maar wel alleen als vragen 1 en 2 een positief antwoord zouden hebben.
  4. London, de grootste stad van het Verenigd Koninkrijk, zou profiteren van de euro.
  5. Groei, stabiliteit en werkgelegenheid zou toenemen door de euro, maar ook hier met kanttekening dat vraag 1 en 2 positief beantwoord zouden moeten worden.

Geschiedenis van wisselkoers Britse pond

In de periode tussen 1750 en 1914 fluctueerde wisselkoers Britse pond regelmatig omhoog en omlaag, afhankelijk van bijvoorbeeld kwaliteit van de oogst of oorlogen, maar een constante stijgende lijn was er niet. In 1813 bereikte de wisselkoers een van zijn hoogste punten, maar door de volgende Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen zakte pond weer hevig in waarde. De volgende, nog hogere, piek in de wisselkoers Britse pond kwam in 1920 na afloop van de Eerste Wereldoorlog. 

De waarde daalde daarna weer, maar was in 1934 ongeveer 15 keer zo hoog als in 1751, terwijl prijzen slechts drie keer zo duur waren geworden sindsdien. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog stegen de prijzen hevig in het Verenigd Koninkrijk, waardoor de Britse pond veel van zijn waarde verloor. Zo was 1 pond sterling in 1971 ongeveer 13 keer zo veel waard als in 1 pond in 2015.

Wisselkoers Britse pond over de afgelopen twee jaar

Bronnen